Page 29 - KPMG Promemorie 2016
P. 29
1.10.4 Box 3: belastbaar inkomen uit sparen en beleggen
2016 2015 2014
% % %
Tarief 30 30 30
1.11 Heffingskortingen
2016 2015 2014
Jonger AOW- Jonger AOW- Jonger AOW-
dan leeftijd en dan leeftijd en dan leeftijd en
AOW- ouder AOW- ouder AOW- ouder
leeftijd leeftijd leeftijd
EUR EUR EUR
EUR EUR EUR
Algemene heffingskorting1) 2.242 1.145 2.203 1.123 2.103 1.065
Maximaal voor lagere inkomens 0 0 1.342 685 1.366 693
Minimaal voor hogere inkomens
Arbeidskorting2) 3.103 1.585 2.220 1.132 2.097 1.062
Maximaal voor lagere inkomens 0 0 184 94 367 186
Minimaal voor hogere inkomens
Werkbonus (maximaal)3) 1.119 1.119 1.119
Inkomensafhankelijke
combinatiekorting (maximaal)4) 2.769 1.413 2.152 1.097 2.133 1.080
Alleenstaande-ouderkorting5) – – – – 947 480
Aanvullende alleenstaande-
ouderkorting (maximaal)6) –– –– 1.319 668
Ouderenkorting (maximaal)7) – 1.042 1.032
Alleenstaande ouderenkorting8) – 433 708
Jonggehandicaptenkorting9) 205 429
Levensloopverlofkorting10) 719 715
Maximale tijdelijke 209 207
heffingskorting voor VUT en
prepensioen11) – 61 121
Ouderschapsverlofkorting, per
verlofuur12) – – 4,29
1) Geldt voor iedereen. Vanaf 1 januari 2014 is de algemene heffingskorting inkomensafhankelijk
gemaakt. Dat betekent dat vanaf een inkomen van EUR 19.922 (2015: EUR 19.822 en 2014: EUR
19.645) de algemene heffingskorting lager wordt naarmate het belastbaar inkomen uit werk en
woning stijgt. Vanaf dit bedrag wordt de algemene heffingskorting afgebouwd met 4,822% (2015:
2,32% en 2014: 2%) De uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minstverdienende
partner wordt afgebouwd in 15 jaar tijd met 6,67% per jaar. De afbouw is gestart in 2009. Dit
betekent dat er in 2016 ten hoogste 46,67% (2015: 53,33% en 2014: 60%) of EUR 1.047 (2015:
EUR 1.175 en 2014: EUR 1.262) van de algemene heffingskorting wordt uitbetaald aan de
minstverdienende partner. Deze afbouw geldt niet voor de belastingplichtige die geboren is voor 1
januari 1963.
2) Geldt voor iedereen die met tegenwoordige arbeid inkomen geniet (loon, winst uit onderneming of
resultaat uit overige werkzaamheden). De afbouw van de arbeidskorting met 4% (2015 en 2014:
eveneens 4%) start bij een inkomen van EUR 34.015 (2015: 49.770 en 2014: EUR 40.721).
27 januari 2 0 1 6

