Page 25 - KPMG Promemorie 2016
P. 25
Drempel 2014
Drempelinkomen meer maar niet meer dan Drempel:
dan EUR
EUR
– 7.457 EUR 125
7.457 39.618 1,65% van het drempelinkomen
39.618 1,65% van EUR 39.618 vermeerderd met 5,75%
– van het bedrag dat hoger is dan EUR 39.618
De regeling uitgaven voor specifieke zorgkosten kent een vermenigvuldigingsfactor
voor de aftrekposten met uitzondering van de uitgaven voor genees- en
heelkundige hulp. De vermenigvuldigingsfactor is van toepassing wanneer het
drempelinkomen niet meer bedraagt dan EUR 34.027 (2015: EUR 33.857 en 2014:
EUR 33.555). De vermenigvuldigingsfactor bedraagt 2,13 (2015 en 2014: eveneens
2,13) voor personen die de AOW-leeftijd hebben bereikt. Voor personen die de
AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt, is de vermenigvuldigingsfactor 1,40 (2015 en
2014: eveneens 1,40).
1.8.3 Weekenduitgaven voor gehandicapten
De volgende bedragen komen voor aftrek in aanmerking:
EUR 10 (2015 en 2014: eveneens EUR 10) per dag van verzorging van de
gehandicapte door de belastingplichtige;
EUR 0,19 (2015 en 2014: eveneens EUR 0,19) per kilometer voor het vervoer van
de gehandicapte per auto door de belastingplichtige over de reisafstand tussen
de plaats waar de gehandicapte doorgaans verblijft en de plaats waar de
belastingplichtige doorgaans verblijft.
1.8.4 Scholingsuitgaven
Scholingsuitgaven zijn uitgaven voor het door belastingplichtige zelf volgen van een
opleiding of studie met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning.
Voor de aftrek van de uitgaven geldt een drempel van EUR 250 (2015 en 2014:
eveneens EUR 250) en een maximum van EUR 15.000 (2015 en 2014: eveneens
EUR 15.000). Alleen de werkelijk gemaakte kosten kunnen in aftrek worden
gebracht. Voor belastingplichtigen met recht op studiefinanciering geldt dat aftrek
voor scholingsuitgaven vanaf het studiejaar 2015/2016 niet meer is toegestaan.
1.8.5 Giftenaftrek
Voor giften die niet in de vorm van periodieke uitkeringen zijn gedaan (in dit kader
de zogeheten andere giften) geldt een drempel van EUR 60 (2015 en 2014:
eveneens EUR 60) of, als dat meer is, 1% (2015 en 2014:eveneens 1%) van het
verzamelinkomen voor toepassing van de persoonsgebonden aftrek. Tevens geldt
voor deze andere giften een maximum van 10% van dat inkomen. Bij partners geldt
dat zij hun andere giften en hun verzamelinkomens moeten samenvoegen.
Giften die de vorm hebben van het afzien van een vergoeding van kosten voor
vervoer per auto, anders dan per taxi, worden in aanmerking genomen voor EUR
0,19 (2015 en 2014: eveneens EUR 0,19) per kilometer. Het afzien van een
23 januari 2 0 1 6

