Page 20 - KPMG Promemorie 2016
P. 20

1.5 Uitgaven voor inkomensvoorzieningen

1.5.1 Premies voor lijfrenten1)

Aftrekbedragen2)                           2016     2015     2014
                                           EUR      EUR      EUR

Jaarruimte (maximaal)3)                    12.355   12.153   25.181
                                            7.088    7.052    6.989
Reserveringsruimte 17% van de
premiegrondslag voor personen meer         13.997   13.927   13.802
dan 10 jaar jonger dan de AOW-leeftijd
(maximaal)4)
Reserveringsruimte 17% van de
premiegrondslag voor personen ten
hoogste 10 jaar jonger dan de AOW-
leeftijd (maximaal)4)

Maximale premiegrondslag voor aftrek       101.519  100.000  162.457
Franchisebedrag                             11.996   11.936   11.829
Franchisebedrag

1) Of daarmee gelijk te stellen bedragen betaald voor een lijfrentespaarrekening of -beleggingsrecht.
2) Premies zijn aftrekbaar voor zover sprake is van een pensioentekort. De hoogte van het aftrekbaar

    bedrag moet worden bepaald aan de hand van de jaarruimte of de reserveringsruimte. Aftrek is
    mogelijk voor personen die bij aanvang van het kalenderjaar de AOW-leeftijd nog niet hebben
    bereikt (zie 1.7.2).
3) Bij de berekening van de jaarruimte zijn het inkomen en de pensioenaangroei van het voorafgaande
    kalenderjaar bepalend.
4) Indien in de onmiddellijk aan het kalenderjaar voorafgaande periode van zeven jaar minder premies
    voor lijfrenten zijn betaald dan was toegestaan, kan dit tekort worden ingehaald in de
    reserveringsruimte. Zie voor AOW-leeftijd 1.7.2.

1.5.2 Extra lijfrentepremieaftrek bij stakende ondernemers

Extra ruimte aan premieaftrek bij:         2016     2015     2014
                                           EUR      EUR      EUR

Overdrachten door ondernemers die          449.283  447.047  443.059
ten hoogste 5 jaar jonger zijn dan de
AOW-leeftijd, overdrachten door            224.649  223.531  221.537
ondernemers die voor 45% of meer           112.330  111.771  110.774
arbeidsongeschikt zijn of het staken
van de onderneming door overlijden
Overdrachten door ondernemers met
een leeftijd tussen de 15 en 5 jaar lager
dan de AOW-leeftijd, of overdrachten
door ondernemers indien de lijfrente-
uitkeringen direct ingaan
In andere gevallen

Bij de berekening van de ruimte voor de lijfrentepremieaftrek zijn het inkomen en de
pensioenaangroei van het voorafgaande kalenderjaar bepalend. Ondernemers
mogen in het jaar dat zij (een deel van) hun onderneming staken op verzoek daarvan
18 januari 2 0 1 6
   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25