Page 30 - KPMG Promemorie 2016
P. 30

3) De werkbonus is vervallen per 1 januari 2015. Mensen die 62 jaar of ouder zijn op 1 januari 2016,
    kunnen in aanmerking blijven komen voor deze heffingskorting. Elk jaar schuift de grens een jaar
    op waardoor er geen nieuwe gevallen meer bij komen. In 2018 zal de werkbonus geheel zijn
    afgeschaft .

4) Geldt voor minst verdienende partners en alleenstaande ouders tot wiens huishouden in het
    kalenderjaar gedurende ten minste zes maanden een kind behoort dat bij aanvang van het
    kalenderjaar jonger is dan 12 jaar en dat op hetzelfde woonadres staat ingeschreven. Men moet uit
    werk een arbeidsinkomen (winst uit een of meer ondernemingen, loon of resultaat uit overige
    werkzaamheden) hebben van meer dan EUR 4.881 (2015: EUR 4.857 en 2014: EUR 4.814), of
    recht op de zelfstandigenaftrek. De heffingskorting bedraagt EUR 1.039 (2015: EUR 1.033 en 2014:
    EUR 1.204) plus 6,159% (2015 en 2014: eveneens 4%) van het arbeidsinkomen voor zover dat
    meer bedraagt dan EUR 4.881 (2015: EUR 4.857 en 2014: EUR 4.814), maar maximaal het in de
    tabel opgenomen bedrag. Dit maximale bedrag wordt bereikt bij een arbeidsinkomen uit werk van
    EUR 32.970 (2015: EUR 32.832 en 2014: EUR 32.539).

5) Is met ingang van 1 januari 2015 vervallen. Gold tot en met 2014 voor degene die in het
    kalenderjaar gedurende meer dan zes maanden geen partner heeft, die een huishouden voert met
    een kind dat in belangrijke mate wordt onderhouden en dat op hetzelfde woonadres staat
    ingeschreven en die deze huishouding voert met geen ander dan kinderen waarvan de jongste bij
    aanvang van het kalenderjaar jonger is dan 18 jaar.

6) Is met ingang van 1 januari 2015 vervallen. Gold tot en met 2014 voor degene die recht heeft op de
    alleenstaande-ouderkorting, tegenwoordige arbeid verricht en tot wiens huishouden in het
    kalenderjaar gedurende meer dan zes maanden een kind behoort dat bij aanvang van het
    kalenderjaar jonger is dan 16 jaar en dat gedurende die tijd op hetzelfde woonadres staat
    ingeschreven. De aftrek is 4,3% (2014) van de inkomsten uit tegenwoordige arbeid, maar
    maximaal het in de tabel opgenomen bedrag.

7) Is met ingang van 1 januari 2016 vervallen. Gold tot en met 2015 voor belastingplichtigen die aan
    het einde van het kalenderjaar de AOW-leeftijd hebben bereikt (zie 1.7.2) en die een
    verzamelinkomen hebben van niet meer dan EUR 35.770 (2015: EUR 35.770 en 2014:
    EUR 35.450). Bij een hoger verzamelinkomen bedraagt de ouderenkorting EUR 152 (2015: EUR
    152 en 2014: EUR 150).

8) Is met ingang van 1 januari 2016 vervallen. Gold tot en met 2015 voor degene die in het
    kalenderjaar in aanmerking komt voor een AOW-uitkering voor alleenstaanden.

9) Geldt voor de belastingplichtige die in het kalenderjaar recht heeft op een uitkering op grond van de
    Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong), tenzij voor hem de
    ouderenkorting geldt.

10) De levensloopverlofkorting is gelijk aan het bedrag van het opgenomen levenslooptegoed, met een
    maximum van EUR 209 (2015: EUR 207 en 2014: EUR 205) per jaar waarin is gestort in de
    levensloopregeling. Bedragen aan levensloopverlofkorting die in voorafgaande jaren al zijn genoten,
    worden in mindering gebracht. De levensloopverlofkorting is per 1 januari 2012 vervallen, omdat de
    levensloopregeling per die datum is afgeschaft. De in het verleden opgebouwde
    levensloopverlofkorting blijft intact voor deelnemers die op 31 december 2011 een positief saldo
    op hun levensloopregeling hadden staan. Deelnemers aan de levensloopregeling die op 31
    december 2011 een saldo van minimaal EUR 3.000 hadden staan, kunnen tot en met 31 december
    2021 blijven inleggen. Bij een nieuwe inleg wordt geen levensloopverlofkorting meer opgebouwd.

11) Is met ingang van 1 januari 2016 vervallen. Gold tot en met 2015 voor de belastingplichtige die de
    AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt en die een uitkering geniet op grond van een pensioenregeling
    of een regeling voor vervroegde uittreding waarop een inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zvw
    wordt ingehouden. De korting bedraagt 0,33% (2015, 2014: 0,67%) van deze uitkeringen.

12) Is met ingang van 1 januari 2015 vervallen. Tot en met 2014 bestond recht op deze korting indien
    de belastingplichtige gebruikmaakt van zijn wettelijke recht op ouderschapsverlof. De korting wordt
    berekend door het aantal uren ouderschapsverlof in het kalenderjaar te vermenigvuldigen met het
    in de tabel opgenomen bedrag (dat is 50% van het brutominimumuurloon) per opgenomen
    verlofuur. De korting bedraagt niet meer dan de terugval in het belastbaar loon ten opzichte van het
    voorafgaande kalenderjaar.

28 januari 2 0 1 6
   25   26   27   28   29   30   31   32   33   34   35