Page 12 - KPMG Promemorie 2016
P. 12
1.2.7 Investeringsaftrek
1.2.7.1 Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek1)
2016
Bij investeringsbedrag in kalenderjaar van:
meer dan maar niet meer dan bedraagt de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek:
EUR EUR
– 2.300 –
2.300 56.024 28% van het investeringsbedrag
56.024 103.748 EUR 15.687
103.748 311.242 EUR 15.687 verminderd met 7,56% van het
gedeelte van het investeringsbedrag dat de EUR
311.242 – 103.748 te boven gaat
2015
Bij investeringsbedrag in kalenderjaar van:
meer dan maar niet meer dan bedraagt de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek:
EUR EUR
– 2.300 –
2.300 55.745 28% van het investeringsbedrag
55.745 103.231 EUR 15.609
103.231 309.693 EUR 15.609 verminderd met 7,56% van het
gedeelte van het investeringsbedrag dat de EUR
309.693 – 103.231 te boven gaat
2014
Bij investeringsbedrag in kalenderjaar van:
meer dan maar niet meer dan bedraagt de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek:
EUR EUR
– 2.300 –
2.300 55.248 28% van het investeringsbedrag
55.248 102.311 EUR 15.470
102.311 306.931 EUR 15.470 verminderd met 7,56% van het
gedeelte van het investeringsbedrag dat de EUR
306.931 – 102.311 te boven gaat
1) Indien de onderneming van de belastingplichtige deel uitmaakt van een samenwerkingsverband
met een of meer andere belastingplichtigen die daarbij winst uit onderneming genieten of met
belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting, dan worden voor de bepaling van het
investeringsbedrag hun investeringen voor het samenwerkingsverband opgeteld. Bedrijfsmiddelen
waarvoor het investeringsbedrag minder is dan EUR 450 (2015 en 2014: eveneens EUR 450)
komen niet voor de investeringsaftrek in aanmerking.
10 januari 2 0 1 6

