About Ron Schutte

This author has not yet filled in any details.
So far Ron Schutte has created 320 blog entries.

Mărțișor – De Roemeense lente is begonnen!

Hoewel op het Noordelijk halfrond de lente pas op 20 maart a.s.begint  wordt in Roemenië en Moldavië deze dag op 1 maart gevierd en heeft het ook een bredere betekenis. Hoewel de internationale vrouwendag pas op 8 maart a.s. plaatsvindt, neemt men vast een voorschot door op Mărțișor de vrouw centraal te stellen.
Kleine symbolische items vastgebonden met een rood en wit verstrengeld koord, de mărțișoare kondigen de komst van de lente in Roemenië aan. Dus op 1 maart, volgens de traditie, bieden Roemenen mărțișoare aan hun geliefden. Ze worden voornamelijk aangeboden aan vrouwen en meisjes; sommigen dragen ze een paar dagen, terwijl anderen ervoor kiezen de mărțișor de hele maart te dragen om geluk en geluk aan te trekken. Martisors worden gemaakt van met elkaar vervlochten rode en witte draden. De rode kleur symboliseert het bloed en vrouw, en de witte kleur staat voor de mannelijke geest en sneeuw. De combinatie van beide toont een betekenisvolle relatie.
Traditioneel worden martisors gedragen voor een bepaalde periode van tijd. In sommige regio’s, worden ze gedragen voor de eerste 12 dagen van maart. Net als de martenitsa traditie van Bulgarije worden martisors, na het dragen aan een bloeiende boom gehangen als teken van vruchtbaarheid.

Winnaar Romanian Business Award 2019: Rolf de Graaf CEO van It’sme – ES Elektro Romania

Zoals bekend wordt deze prestigieuze Award de lat erg hoog gelegd vervat  in een aantal criteria waarbij onder andere sprake is van hoog niveau van ondernemerschap. Het belangrijkste criterium is in hoeverre men investeert in de lokale gemeenschap zonder dat er direct sprake is van financieel gewin, zoals bijvoorbeeld op het terrein van onderwijs, humanitaire hulpverlening, etcetera. Deze activiteiten die wij ook wel “social investments” noemen, zijn een concrete invulling van het maatschappelijk verantwoord ondernemen.  Rolf de Graaf staat bekend als iemand die internationale opererende ondernemers bij elkaar weet te brengen en daarmee de economische relaties tussen Nederland en Roemenië vice versa bevordert. Hij ondersteunt derhalve de rol van organisaties zoals de Netherlands Romanian Chamber of Commerce en het Dutch Romanian Network in de economische bilaterale relaties tussen deze landen. Daarnaast ondersteunt hij vanuit zijn standplaats Cluj-Napoca allerlei lokale initiatieven op low-key basis. Een aantal van deze onderscheidende voorbeelden zijn de samenwerking met scholen om voor leerlingen van 12-15 jaar een programma aan te bieden om hun te laten kennismaken met robotisering. Tevens biedt hij internships c.q. studieplaatsen voor studenten aan. Maar ook charity voor kinderen die aan kanker lijden. Op sportgebied is hij lokaal ook geen onbekende en zeker als het om sponsoring van sportevenementen gaat.
Kortom, een ondernemer die de Romanian Business Award ten volle verdient en dus een plaats op de Wall of Fame van het Dutch Romanian Network!

Europees Mobiliteitspact bevordert protectionisme en tweedeling

Het mobiliteitspact is een initiatief van Frankrijk en België dat vooral is ingegeven door nationalistische vakbonden en zou de eigen transportondernemingen moeten beschermen tegen vervoerders uit Centraal- en Oost-Europa(CEE).


Dus volkomen in strijd met de wens van de Europese samenwerking die beide landen menen voor te staan. Na Frankrijk en België  blijken diverse West- Europese landen, waaronder Nederland ook voorstander van het laakbare mobiliteitspact te zijn!
Dat protectionisme als een boemerang werkt, dus als schieten in eigen voet zal uitwerken, schijnt niet tot de beleidsmakers door te dringen. Het doorvoeren van dit mobiliteitspact zal niet zonder gevolgen blijven. Er zal een ongewenste tweedeling binnen de Europese Unie ontstaan en de landen die deel uitmaken van Centraal- en Oost-Europa zullen dan om te overleven eenzelfde maatregel doorvoeren en dan zullen er zowel in West-Europa als in Centraal- en Oost-Europa alleen maar verliezers zijn. Hoe kortzichtig kun je zijn, vragen wij ons af!


Blijkbaar gaan de werkgeversorganisatie Transport en Logistiek Nederland(TLN) en de FNV-Transport en Logistiek voorbij aan de realiteit die bonafide ondernemers uit de logistieke- en transport dagelijks ervaren. Laten we eens een paar feiten op een rijtje zetten:

  • Onder het mom van sociale dumping moeten de CEE-chauffeurs iedere 4 weken terug naar thuisland en de vrachtauto iedere 8 weken. Gevolg van de vrachtauto iedere 8 weken retour is gigantisch:
  • Er moeten voldoende ladingen op de markt zijn tussen bijvoorbeeld West-Europa en Roemenië en die zijn er niet.
  • Gevolg is dat er ritten onder kostprijs worden aangenomen.
  • Van de 8 weken wordt er 1,5 week (rondrit EU-RO v.v.) met verlies gewerkt, dit moet gecompenseerd worden voor ritten binnen West-Europa, waardoor minder concurrentie ontstaat
  • Veel kleine transportbedrijven in CEE zullen hierdoor afhaken

Vroeg of laat worden halve waarheden leugens en dan doelen wij op het feit  dat men compleet voorbij gaat aan het feit dat er in West- Europa en dus ook in Nederland al vele jaren lang een schrijnend tekort aan chauffeurs is.


Ook wordt vaak “sociale dumping” ten onrechte gebruikt en men beroept zich op het feit dat de CEE-chauffeurs worden uitgebuit, terwijl de bonafide transportbedrijven een goed salaris betalen. Chauffeurs verdienen tussen €2000,-/2200,- netto per maand. Dit komt omdat het basissalaris laag is (ca. € 850,-per maand), maar aangevuld wordt met (onbelaste) onkostenvergoedingen. Ons advies zou zijn beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald om te voorkomen dat men je later de vraag stelt of je een halve waarheid hebt verteld en dan concluderen dat je twee keer liegt als je de andere helft verteld.

Nieuwe Europese Commissie en Parlement bevestigen Roemeense toetreding tot de Schengen

Tijdens het bezoek van de Roemeense premier Ludovic Orban aan Brussel waar hij verschillende Europese leiders ontmoette, bevestigde de Commissievoorzitter Ursula von der Leyen evenals haar voorganger Jean Claude Juncker dat Roemenië reeds lang aan alle voorwaarden van toetreding tot de Schengenzone heeft voldaan. Ook het Europees Parlement heeft reeds lang hiermee ingestemd.


Dergelijke besluiten moeten echter ook nog de Europese Raad(regeringsleiders) passeren en daar is nog steeds het ondemocratisch vetorecht van toepassing wat veelal tot besluiteloosheid leidt.

Met name Nederland is daar altijd de dwarsligger geweest die de regels tijdens het spel veranderde en daaraan ook het voldoen aan het Coöperatie- en Verificatie Mechanisme (CVM) koppelde en derhalve gebruikmaakte van het ondemocratisch vetorecht hebben de DRN, het VNO-NCW en de NRCC daartegen middels een gepubliceerd statement bezwaar aangetekend, wat door de Nederlandse regering werd genegeerd. Deze handelswijze heeft destijds diepe sporen getrokken in de Roemeense maatschappij en men beleefde dat als een behandeling van een tweederangs natie en zij niet als een volwaardig lid van de Europese Unie wordt gezien. Gevolg was dat Nederlandse ondernemers bij overheidsopdrachten aan het bedrijfsleven regelmatig werden genegeerd. De in 2019 gehouden Europese verkiezingen hebben aangegeven dat er thans in Nederland een pro-Europese koers wordt voorgestaan. En om de nieuwe ECB president Christina Lagarde te parafraseren vertrouwen wij erop dat premier Rutte geen havik wil zijn en ook geen duif, maar een uil.  Hij kan dan eventueel tégen voorstel stemmen en tevens te berusten in het besluit van de meerderheid en het vetorecht niet uit te oefenen. Maar geloofwaardiger zal een stem voor de toetreding zijn. Tenslotte is het geen gunst die aan Roemenië wordt verleend, het is hun goed recht!

Roemeense regering pakt BTW problematiek aan

De sinds kort geleden aangetreden interim-regering is door voorgangers opgezadeld met een begrotingstekort van ruim 4%. Daarvoor zijn meerdere oorzaken aan te wijzen, zoals de inning van BTW gelden waardoor deze de grootste belastingontduiking in de EU is.

Het normale tarief is 19%(in Nederland 21%) wat derhalve een redelijk tarief is. Als eerste maatregel zal de douane worden aangepakt en als tweede maatregel zal de Roemeense belastingdienst (ANAF) worden gereorganiseerd. In dit kader ligt er al een programma van de Wereldbank klaar, maar het werd tot dusverre niet geïmplementeerd. De nieuwe premier Ludovic Orban gaf aan: ”Het is voldoende dat deze regering heeft toegezegd de belastingen niet te verhogen, rekening houdend met de onevenwichtigheden die werden gecreëerd door het fiscale beleid van eerdere regeringen. Ik sprak met het bedrijfsleven. Zeer weinig ondernemers zeggen dat ze meer kortingen willen. Het enige verzoek heeft betrekking op de belasting op arbeid, dus de som van de bijdragen die moeten worden betaald”

Romanian Business Day op 6 februari 2020 in Louwman Museum in Wassenaar

Uitnodiging voor Romanian Business Day

In de bijzondere ambiance  van het Louwman  Museum in Wassenaar biedt de Romanian Business Day u een sterk inhoudelijk programma en volop netwerkmogelijkheden.

Wij bieden u een boeiend programma met een aantal vooraanstaande sprekers rondom actuele onderwerpen in Roemenië. Keynote spreker deze dag is de mevrouw Mariana Gheorghe, lid van de Raad van Commissarissen van ING.

Ook dit jaar organiseren wij zogenoemde ronde tafel gesprekken waar u in gesprek kunt met experts én met uw collega ondernemers over onderwerpen die voor u relevant zijn.

En ook de informatiemarkt wordt weer georganiseerd waar bedrijven  zich zullen presenteren aan bezoekers van de Romanian Business Day.

De dag wordt  afgesloten met een netwerkborrel, onder muzikale begeleiding en voor wie wil, is er de mogelijkheid om een kijkje te nemen in het museum waar de meest schitterende bolides zijn te bewonderen.

Meld u nu, kosteloos, aan voor deze dag, het is de uitgelezen kans om uw (toekomstige) relaties te ontmoeten! De voertaal is Engels, afhankelijk van uw gesprekspartners.

Voor het programma en aanmeldingsformulier klikt u hier

Brabantse Consuls gaan samenwerken met VNO-NCW

Op 9 december jl. hebben de Noord-Brabantse consuls verenigd in Corps Consulaire Noord-Brabant(CC-NB) een Memorandum of Understanding (MoU) met VNO-NCW Brabant en Zeeland. Beide organisaties hebben  vastgesteld dat hun activiteiten en netwerken complementair zijn op het terrein van internationaal ondernemen.

De regionale aanpak impliceert dat men dichter bij de ondernemers staat en korte lijnen bevordert een heldere communicatie en vergroot de persoonlijke betrokkenheid. Hoewel het takenpakket van de honorair  consuls vrij breed en per land verschillend genoemd mag worden, spelen de bilaterale economische betrekkingen een grote rol. Op zich is dat niet verwonderlijk omdat veel consuls afkomstig zijn uit het bedrijfsleven of daar nauwe banden mee onderhouden. Het wordt ook als ondersteunend ervaren met het beleid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken op het specifieke terrein van economische diplomatie. De Brabanders hebben uiteraard hun Zeeuwse collega’s geïnformeerd, alsmede hun Limburgse buren verenigd in Corps Consulaire à Maestricht in het kader van beter een goede buur dan een verre vriend. In het kader van deze nieuwsbrief kunnen wij u vertellen dat Roemeense consuls in Corps Consulaire Corps Consulaire à Maestricht en Corps Consulaire Noord-Brabant zijn vertegenwoordigd en uiteraard vele andere landen.

Enorme ontdekking: De vliegende draak uit Transsylvanië

Fragmenten van een nieuwe soort vliegend reptiel, een pterosaurus die leefde in de late krijtperiode(Het krijt is een geologisch tijdperk dat duurde van ongeveer 145 tot 66 miljoen jaar  geleden). in het huidige gebied van Transsylvanië, werden deze ontdekkingen gedaan  door een team van Roemeense en Amerikaanse onderzoekers. Zij ontdekten de fossielen van een nieuw vliegend reptiel, een grote pterosaurus, die op een eiland woonde dat bevolkt was met soorten dwergdinosaurussen uit het huidige Transsylvanië.
“De ontdekking van Albadraco tharmisensis, een nieuw geslacht en soort azhdarchid pterosaur uit de Maastrichtian  Formation, in het zuidwesten van het Transylvanian Basin (district Alba, Roemenië), is van opmerkelijk belang voor de wetenschappelijke gemeenschap omdat het de eerste grote azhdarchid vertegenwoordigt beschreven van Haţeg Island ”, zoals  getoond in een persbericht van de UBB(Babes-Bolyai University) te Cluj-Napoca.

De Maastrichtian  Formation is een duiding op de geologische tijdschaal van de late krijtperiode en het  overspande het interval van 72,1 tot 66 miljoen jaar geleden . Aan het einde van deze periode was er een massale uitsterving bekend als de Krijt-Paleogene uitstervingsgebeurtenis (voorheen bekend als de Krijt- Tertiaire uitstervingsgebeurtenis). Bij dit uitsterven stierven veel algemeen erkende groepen, zoals niet-aviaire dinosaurussen , plesiosauriërs en mosasaurus , evenals vele andere minder bekende groepen uit. De oorzaak van het uitsterven is  verbonden met een asteroïde van ongeveer 10 tot 15 kilometer (6,2 tot 9,3 mi) breed  die met de aarde botste aan het einde van het Krijt . De Maastrichtiaan werd in 1849 door de Belgische geoloog André Hubert Dumont in de wetenschappelijke literatuur geïntroduceerd, na het bestuderen van rotslagen van de Chalk Group in de buurt van de Nederlandse stad Maastricht . Deze lagen zijn nu geclassificeerd als de Maastricht-formatie – zowel de formatie als het podium ontlenen hun naam aan de stad. De Maastricht-formatie staat bekend om zijn fossielen uit deze tijd, met name die van het gigantische zee-reptiel Mosasaurus , die op zijn beurt ook zijn naam ontleent aan deze Nederlandse stad ( Mosa is Latijn voor de rivier de Maas ).

De omvang van de nieuwe pterosaurs valt tussen die van pterosaurs eurazhdarcho langendorfensis (gemiddelde grootte), ontdekt na meer dan zes jaar in de buurt van Sebes en vormen reusachtige hatzegopteryx thambema, genaamd “angstaanjagende vliegen van Hateg” , werd ontdekt in 1978 door professor Dan Grigorescu in het Hateg-gebied.

De nieuwe ontdekking bevestigt aldus het naast elkaar bestaan ​​van de middelgrote, grote en gigantische maastricthian azhdarchidae in Roemenië. Bovendien is A. tharmisensis, naast Mistralazhdarcho maggii, de tweede beschrijving van een grote azhdarchid pterosaur uit het late Krijt Europa. Ten slotte bewijst dit nieuwe taxon(groep organism) een uiterst divers ecosysteem in het Krijt van het eiland Haţeg ‘, aldus de bron.De fossielen werden ontdekt in Oarda de Jos, een deel van de stad Alba Iulia, dus de generieke naam is afgeleid van de naam Alba County en van het Latijnse “draco”, wat draak betekent. De naam van de soort is vastgesteld na “Tharmis”, de Dacische naam van de huidige Alba Iulia.

Albadraco tharmisensis (geel) vergeleken met de andere twee azhdarchid pterosauriërs bekend uit Roemenië (Eurazhdarcho langendorfensis en Hatzegopteryx thambema) / Fotocredit: UBB

In de context waarin veel van de pterosauruskeletten, met uitzondering van die met afzettingen van uitzonderlijk behoud (type “lagerstätte”), slecht bewaard en grotendeels onvolledig zijn, is de nieuwe ontdekking zeer belangrijk, ondanks het kleine aantal botten, omdat het nieuwe gegevens oplevert met betrekking tot de anatomie, het gedrag en de paleobiogeografische verdeling van deze vliegende reptielen.
(Compilatie van persbericht en foto UBB via Consulaat Generaal Roemenië)

DRN peilt belangstelling van Nederlandse waterbedrijven voor Roemenië

Gelet op de Roemeense vraag naar kennisoverdracht maar ook naar bedrijven die een en ander uitvoeren verbaast het de DRN dat de  Nederlandse (kleinschalige)waterbedrijven, waar ons land groot in is, nauwelijks activiteiten ontplooien in Roemenië dat slechts op een paar uren vliegen bereikbaar is. De DRN kiest vaak tot een gerichte aanpak via een op te richten Task Force gericht op de waterbedrijven waarin overheden en kennisinstellingen ook participeren, waarbij de    DRN een landgerichte benadering voorstaat. Wellicht dat onderstaande publicatie van de Water Alliance en Wetsus een inspiratie kunnen zijn om eens over de mogelijkheden en kansen in Roemenië na te denken en bij dat denkproces willen wij u graag van dienst zijn. Vandaar deze oproep. Woestijnen rukken op, meren vallen droog en steeds vaker vinden er grote overstromingen plaats. Ook groeit de wereldbevolking, stijgt de  welvaart en groeien de steden. Meer afvalwater vraagt om verwerking en  de vraag naar schoon drinkwater stijgt. De watersector is dus een bedrijfstak met toekomst. Sterker nog, wie praat met Hein Molenkamp, de CEO van Water Alliance, of met Cees Buisman, de wetenschappelijk directeur van Wetsus, weet: de watertechnologie bruist.
De Water Alliance is een samenwerkingsverband tussen overheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven. Een netwerk van honderd MKB-bedrijven, gevestigd op de Watercampus in Leeuwarden, die zich richten op de innovatieve watertechnologie. De Watercampus is één van de waterhubs in de wereld, naast hubs in Singapore, Israël en de VS.
Ook Wetsus is hier gevestigd. Wetsus doet al twaalf jaar toepassingsgericht onderzoek naar alles op watergebied. Watertechnologie is volgens Buisman groots in innovatie en in kleinschaligheid. Om aan te geven hoezeer de watersector versnipperd is, meldt hij dat de grootste multinational in de sector een marktaandeel heeft van 6 procent. In de Nederlandse watersector gaat zo’n twee miljard euro om. “Daarmee zijn we wereldwijd de grootste speler.” De sector uit zich in veelzijdigheid. “Iedereen heeft water nodig”, verklaart Buisman. Er is een tekort, een overschot, of de kwaliteit is niet in orde. Vandaar ook de diversiteit aan bedrijven. Bedrijven die elkaar nodig hebben en elkaar op nationaal niveau vinden binnen de Water Alliance en op internationaal vlak binnen Wetsus.
De Nederlandse expertise in de nichemarkten is internationaal zeer gewild. De watertechnologiesector is daarmee niet alleen grensoverschrijdend, maar ook sector overschrijdend. Landbouw en voedselproductie zijn belangrijke partners. “Daar is water essentieel bij elk onderdeel van de keten. Van productie tot consumptie.” Maar ook de industrie, de consument, de natuur… “Water is nu eenmaal overal én overal belangrijk”, stelt Molenkamp van Water Alliance.

Om inzicht te geven in de complexiteit maakt Molenkamp een onderverdeling tussen waterkwantiteit en -kwaliteit. “Bij kwantiteit heb je het over het aanleggen van dijken, het beschermen en ontwikkelen van havens en over het oppompen en winnen van water in droge gebieden, maar ook over het conserveren van water.” Waterkwaliteit heeft te maken met het zuiveren van drink-, proces- en afvalwater. Het mooie aan de  sector, schetst hij verder, is dat er welhaast geen duurzaamheidsbeleid voor nodig is. “Watertechnologie is per definitie duurzaam. In een biobased economy moet nu eenmaal efficiënt met water worden omgesprongen.”Oneindig veel mogelijkheden.

Over waterzuiveringstechnologie gesproken: de hoeveelheid innovaties is schier oneindig. Vraag ernaar bij Buisman en hij is haast niet te stoppen. Hij is lyrisch over rioolwater, dat tegenwoordig zo ver gezuiverd kan worden dat het weer te drinken is. “De Rijn is zeven keer door een Duits toilet geweest voor het Nederland binnenkomt. En in het westen van het land wordt dat water weer gedronken.” Maar het riool is niet alleen afval, het is tegelijkertijd een mijn waaruit hoogwaardige stoffen gewonnen worden. En dan wordt er nog gespeeld met het winnen van energie die vrijkomt tussen zout en zoet water. “Een soort waterbatterij.” Elke niche vergt een specialistische technologie. De campus krijgt duizenden opdrachten per jaar om technologieën te testen en innovaties door te ontwikkelen. Kleinschaligheid is inherent aan deze sector. Deze MKB-bedrijven hebben echter wel degelijk een exportdrive, benadrukt Molenkamp. “En dat is weer goed voor de BV Nederland.”

Landbouw is een van de snelst groeiende bedrijfssectoren in Roemenië

De Keysfin-analyse toont aan dat landbouw een winstgevend gebied kan zijn voor Roemeense bedrijven, maar er moet worden vermeld dat deze bedrijven ook profiteren van massale nationale en Europese subsidies. Ondanks de uitdagingen met betrekking tot onvoorspelbare weersomstandigheden of moeilijke toegang tot financiering, van de meer dan 23.500 bedrijven die actief zijn in de agrarische sector, hebben ongeveer 13.600 (58%) winst gemaakt, 7.200 (30,5%) verlies en, de rest registreert break-even in 2018.
Hoewel de totale nettowinst van de sector 4,9 miljard lei bedroeg, 61% hoger dan in 2014, daalde deze ten opzichte van het voorgaande jaar en lag 14% onder het niveau van 2017 wegens klimatologische omstandigheden.
Bovendien wordt de landbouw een steeds stabielere sector, zoals blijkt uit de daling van het aantal faillissementen met 18% in vergelijking met 2017 en met 46% in vergelijking met 2014. In de context van de vertraging van de wereldeconomie voorspellen KeysFin-specialisten voor 2019 een stabilisatie van het aantal faillissementen van bedrijven met een landbouwprofiel in Roemenië op iets meer dan 300.

Net als andere sectoren worden de werkgevers in de landbouw ook geconfronteerd met een gebrek aan werknemers. De afgelopen jaren hebben de versnelling van het migratieproces laten zien, omdat elders  hogere lonen worden betaald en er geen vooruitzichten zijn dat daar verbetering in komt..Er is dus een  groot tekort aan arbeidskrachten in de landbouw en deze vacatures zijn moeilijk te vervullen. Zo daalde de beroepsbevolking in de landbouwsector met 7,4% in vergelijking met 2017 en met 2,8% in vergelijking met 2014, tot 121.400 werknemers.
In deze context, maar ook als gevolg van de beslissingen om het minimumloon te verhogen, zijn de gemiddelde kosten voor een werknemer in de landbouw de afgelopen vijf jaar met 74% gestegen. De groei is 4 keer sneller dan de geregistreerde  arbeidsproductiviteit, een evolutie die moet worden geïnterpreteerd als een risico op middellange termijn, met een impact op het concurrentievermogen. Een ander aandachtspunt is het feit dat meer dan 9.700 landbouwbedrijven (bijna 42%) geen werknemers hadden in 2018, dus eenmansbedrijven zijn.

Als men de Nederlandse situatie beziet, die weliswaar niet één-op-één vergelijkbaar is met de Roemeense situatie komen er steeds meer signalen dat veel landbouwers overwegen om zich in Roemenië te vestigen, waar de situatie op langere termijn meer perspectief lijkt te bieden dan in Nederland. Het was voor de DRN een aanleiding om een aantal jaren geleden een Task Force Agri & Food op te richten om dit proces op een pro actieve wijze te begeleiden en te attenderen op de kansen en de valkuilen.