Page 50 - KPMG Promemorie 2016
P. 50

9 Erf- en schenkbelasting

9.1 Vrijstellingen schenkbelasting1)

Verkrijging door:                                  2016       2015      2014
Kind                                                EUR        EUR       EUR
Kind tussen 18 en 40 jaar
(eenmalig) naar keuze:                                5.304      5.277     5.229
 ter vrije besteding
 voor eigen woning of voor een studie2)            25.449     25.322    25.096
 tijdelijke verruiming voor eigen woning3)         53.016     52.752    52.281
 voor eigen woning overgangsregeling4)           vervallen  vervallen  100.000
Overige verkrijgers                                 27.570     27.432    27.187

 ter vrije besteding                                 2.122      2.111     2.092
 tijdelijke verruiming voor eigen woning3)       vervallen  vervallen  100.000

Door de Belastingdienst aangemerkte algemeen nut    Geheel     Geheel    Geheel
beogende instellingen (ANBI’s)
Amateursportinstellingen en niet-commerciële        Geheel     Geheel    Geheel
dorpshuizen, hobbyclubs, personeelsverenigingen,
jeugdgroepen en buurtverenigingen (SBBI’s)

1) Voor toepassing van de vrijstellingen en het tarief worden schenkingen binnen hetzelfde
    kalenderjaar samengeteld.

2) Bedrag kan worden gesplitst in ter vrije besteding en gedeeltelijk voor aankoop woning of voor een
    studie.

3) De tijdelijke verruiming geldt voor schenkingen in de periode 1 oktober 2013 tot 1 januari 2015. De
    besteding moet voor 1 januari 2015 hebben plaatsgevonden. Alleen voor woningen in aanbouw is
    daarop een uitzondering mogelijk. Met ingang van 1 januari 2017 komt de tijdelijke verruiming
    permanent terug. Voor overige verkrijgers geldt dan ook dat ze tussen 18 en 40 jaar moeten zijn.

4) Deze vrijstelling is ingevoerd voor kinderen die voor 1 januari 2010 reeds gebruik hebben gemaakt
    van de eenmalig verhoogde vrijstelling (ter vrije besteding). Zonder het opnemen van deze
    vrijstelling in de wet zouden deze kinderen niet een beroep kunnen doen op de verhoging van het
    vrijgestelde bedrag tot EUR 53.016 (2015: EUR 52.752 en 2014: EUR 52.281), welke vrijstelling per
    1 januari 2010 in de wet is gekomen.

48 januari 2 0 1 6
   45   46   47   48   49   50   51   52   53   54   55